OVER HET ZOGENAAMDE CONFEDERALISME

In een vorige column (BELGISCH FAILLIET DWINGT VLAANDEREN TOT  BESPARINGEN dd. 16.12.14) beloofden we terug te komen op het fameuze ‘confederalisme’ van de N-VA. Over het begrip ‘confederalisme’  is al veel inkt gevloeid. De enorme verwarring die bij ons opzettelijk rond de term wordt gecreëerd, ook door de media, heeft vooral te maken met een paar verborgen agenda’s, waarvan in de eerste plaats die van de N-VA in het oog springt. De N-VA probeert immers zowel de radicale flaminganten als de meer belgischgezinden binnen de partij gerust te stellen. En ze doet dat  door zich te houden aan uiterst vage en wollige omschrijvingen van wat ze beweert te willen verwezenlijken.

Daarom is het goed om even de puntjes op de i te zetten. Volgens het internationaal publiekrecht is een confederatie “een samenwerkingsovereenkomst tussen verschillende staten waarbij er geen overkoepelende, federale (grond)wet bestaat”.  Het enige wat die staten bindt is een verdrag dat eventueel kan bijgestuurd worden door alle partijen, of dat eventueel kan worden opgezegd door één van de partijen.

Bij een confederatie kan het dus enkel en alleen gaan om een contract tussen onafhankelijke staten. Dit in tegenstelling tot de federatie of bondsstaat,  waar er wel een overkoepelende (grond)wet is, zoals bv. Duitsland. Ook de Verenigde Staten vormen een federatie evenals Groot-Brittannië,  waar Schotland wel een deelparlement heeft maar anderzijds voor tal van bevoegdheden op Londen is aangewezen, een structuur waar veel Schotten nu trouwens wensen uit te stappen.

Echte confederaties of statenbonden ontstaan door het samengaan van volledig onafhankelijke staten. Dat gebeurde bv.  in Zwitserland, waar onafhankelijke staten (kantons) samen de Confoederatio Helvetica vormden, precies om hun onafhankelijkheid ten opzichte van de Habsburgse vorsten te verkrijgen en te bewaren. Confederaties kunnen bovendien beperkt zijn in tijd, zoals bv. Oostenrijk-Hongarije tussen 1867 en 1918, omdat elk van de leden op elk moment het verdrag kan opzeggen, naargelang de wisselende economische of politieke situatie.

Zulke soepelheid is trouwens  de enige werkzame toekomst voor Europa: een vrij samengaan van staten die hun volledige zelfstandigheid behouden, zonder gecentraliseerde ambtenarij of rechtsbevoegdheid. Dit is een stelling die veld wint in bijna heel Europa, en die – als we de successen van de euro-sceptische partijen zien – de publieke opinie wel kan bekoren: Europa kan slechts overleven en bloeien als confederatie in de ware zin van het woord.

De confederatie is dus een statenbond, een vereniging van onafhankelijke staten. De juridische definitie is zonneklaar. Voor België betekent het dat we eerst tot een complete boedelscheiding zouden moeten komen, en dan pas toe zijn aan een interstatelijk samenwerkingsakkoord.

Dit is dan ook de vanzelfsprekende stelling van het Vlaams Belang, dat resoluut kiest voor verandering-door-opdeling.  In zijn boek “De Ordelijke Opdeling van België” beklemtoont EU-parlementslid Gerolf Annemans dat dit scenario helemaal geen plaats laat voor chaos, zoals de pleitbezorgers van het status-quo voor België uiteraard suggereren. Het gaat hier om een “propere” afwikkeling die de bestaande binnengrenzen tot nieuwe staatsgrenzen maakt.

Pas als Vlaanderen onafhankelijk is,  kan het een ‘confederationeel’ akkoord sluiten, hetzij met Wallonië, hetzij met Nederland of met een andere staat, maar uiteraard alleen indien het mogelijk én wenselijk is voor beide partijen. Eerst onafhankelijkheid en dan pas confederalisme.

Vlaams Belang Lier-Koningshooikt
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...