Parijs- Shanghai : Boy, oh boy.

Nadat in de Zevende Dag het eigen record in de discipline Hoe-Proppen-We-Zo-Veel-Mogelijk-Socialisten-In-Eén-Enkele-Politieke-Uitzending werd verbroken, kwam er nog een programma-onderdeel over de Parijse onlusten.

Daar werd – men vraag zich af : waar halen ze het ? -een Waalse filmmaker ten tonele gevoerd die niet alleen de officiële versie (het zijn sociale onlusten van kansarme sukkelaars die in verzet komen) bevestigde, maar er nog een schepje bovenop deed. Hij vond het jammer dat alleen de auto’s van de bewoners van de banlieus waren vernield en suggereerde dat de “jongeren” beter de luxueuze wijken zoals het 16° arrondissement van de Parijse binnenstad zouden gaan bewerken.

De zaak is simpel. Wat in Parijs en nadien in alle vreemdelingenwijken in Frankrijk is gebeurd, is geen sociale onlust. Dat spoort niet met het in brand steken van scholen, sportcentra etc. Ik denk eerlijk gezegd dat het allemaal meer te maken heeft met de afwijzing van het Westen door jonge moslims. Kort gezegd : de schoffies die alles stuk slaan in Frankrijk, hebben dezelfde motivatiebron als de geïntegreerde Pakistaanse Britten die deze zomer met krachtige bommen in de Londense metro dood en vernieling zaaiden. Islamterreur is geen antwoord op werkloosheid of materiële achterlijkheid maar is een heel ander en veel fundamenteler probleem.

“Think there’s a lot of fear, you know, in the French situation, I think there’s a lot of fear because the numbers are so great. You know, you guys have let so many Muslims come into your country, both in Britain, France, and the rest of Western Europe, boy, oh, boy. I mean, and these riots are intense” Aldus Bill O’Reilly in Fox News gisteren sprekende tot de New Yorkse chef van de Britse Daily Telegraph. Boy, oh, boy. Daarmee is alles gezegd. De moslims zijn wel degelijk het probleem. Niet de arme Fransen, niet de verarmde Fransen maar de moslim Fransen slaan alles stuk. Er komt oorlog van, net zoals in de rest van de wereld, maar dit keer in onze straten “because the numbers are so great.” De schuldigen zijn de Europese elites, die in de jaren zestig in de politiek, in de industrie in de media en in de vakbonden deze wilde en ongebreidelde immigratie hebben opgezet en ze tot op de dag van vandaag niet alleen blijven verdedigen maar ze nog verder doorzetten met regularisaties van illegalen, gezinsherenigingen en met een gebrek aan moed om de klare boodschap uit te zenden : aanpassen of terugkeren.

Hoofdschuldigen zijn al de politiek correcte analisten die vandaag in de media komen doordrukken dat het een sociaal probleem is, een materieel probleem van werkloosheid en dies meer. Dat is het dus niet. Onze samenleving is in een val getrapt. Een val die opgezet is door de klassieke politieke krachten in Europa. Alleen een politieke omwenteling kan het tij keren. Al die praatjes over de triestigheid van de banlieu’s en de hopeloosheid van de zogenaamde moslimjongeren, doen mij figuurlijk bitter – zoals de oude grootmoeder in "Allo Allo" als ze over de Duitsers spreekt – twee keer krachtig op de grond spuwen. Als ik dan een anonieme vreemdeling met zijn Lacoste jasje voor de camera zie staan, met een vlot praatje over discriminatie, dan weet ik dat het nooit meer goedkomt. Dit is niet op te lossen zonder te beseffen dat het een cultuurconflict is. Over banlieu’s gesproken kan ik maar weinig begrip opbrengen voor de klachten, bij de gedachte aan wat ik heb gezien tijdens mijn recente bezoek aan Hong Kong en Sjanghai. Een stad als Sjanghai, waar 20 miljoen mensen bij elkaar wonen op de helft van de oppervlakte van Parijs, heeft banlieu’s, armoede en hygiënische omstandigheden die onze moslim-lieverdjes zich zelfs niet kunnen inbeelden en waarin ze – gesteld dat men ze daar zou kunnen onderbrengen – onmiddellijk een behoorlijk toontje lager zouden zingen. Geen rellen daar. Maar dat heeft wellicht alles te maken met de ongemeen harde manier waarop het regime – een communistische dictatuur met militaire repressie en strafkampen – omgaat met “onlusten”. Ik pleit niet voor dictatuur : ik pleit voor zogenaamde jongeren die zouden moeten beseffen dat ze – ten bate van onze democratie – best wel een toontje lager zouden zingen.

Gerolf Annemans
1

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...