Zoveelste keer goede keer?

Over de heraanleg van het Leopoldplein wordt sinds de tachtiger jaren van de vorige eeuw met de regelmaat van de klok gesproken. De heraanleg behoort zogenaamd tot de prioritaire dossiers van het stadsbestuur. Burgemeester Vanderpoorten komt nu trots in de pers vertellen dat alles in kannen en kruiken is. Maar is dat wel zo? We houden ons hart vast, zeker als we de lijdensweg van dit dossier kennen:

In 1991 verklaart de toenmalige PVV-burgemeester Vanhoutte dat een voorstel om de busparking te verplaatsen naar de Tramweglei geen gunstig gevolg kende. De stad Lier heeft zich ingeschreven hebben voor de wedstrijd van de Koning Boudewijnstichting en er zou ook nog een onderhoud volgen met De Lijn en de NMBS inzake het indienen van een voorontwerp, aldus Vanhoutte.

In 1995 vernemen we uit de pers dat het stadsbestuur de busparking wil verplaatsen. Volgens de CVP zou er binnenkort een bijeenkomst zijn tussen de NMBS en De Lijn over de verplaatsing van de overdekte halte naar het vroegere goederenstation aan hetzelfde plein. Ook de aanpak van de voetgangerstunnel komt dan ter sprake.

In 1996 komt in de gemeenteraad de plaatsing van een fietsenstalling aan bod. Vlaams Blokker Jan Mortelmans zou verwacht hebben dat dit project kadert in de herwaardering en heraanleg van de Leopoldplein. CVP-schepen Cool betreurt het afschuiven van de lasten door de NMBS, maar voor de periode 1997 – 2000 zou een tussenkomst in het vooruitzicht worden gesteld.

In juli 1998 vindt CVP-schepen Guido Van den Bogaert dat het station de belangrijkste poort van Lier moet worden. In september zouden, aldus Van den Bogaert in de kranten, de onderhandelingen met De Lijn en de NMBS starten. De Tramweglei wordt doorgetrokken naar de Bosstraat (ontsluiting Ring) en het kruispunt Boomlaarstraat wordt bekeken. In de gemeenteraad van september 1998 antwoordt schepen Guido Van den Bogaert op een vraag van Jan Mortelmans nogmaals dat de stationsbuurt als één van de belangrijkste projecten is gesteld in het kader van het structuurplan. In het najaar zou, aldus Van den Bogaert, contact worden opgenomen met De Lijn en de NMBS.

In juni 1999 bevestigt het schepencollege nogmaals de overeenkomst daterend uit 1988 tussen een stedebouwkundig bureau en de stad. In september 1999 keurt de gemeenteraad de aanstelling van de ontwerper goed. Schepen Van den Bogaert kan het niet laten en verklaart in september 1999 aan de journalisten dat de toegankelijkheid van de stationsomgeving prioritair is: “de Tramweglei wordt doorgetrokken tot aan de Bosstraat. Van daaruit loopt een nieuwe verbinding onder de brug door naar de overkant van de Ring. Daardoor kunnen we de doorsteek in de middenstrook van het kruispunt van de Ring met de Boomlaarstraat sluiten. De onderhandelingen met De Lijn zijn bezig om de standplaats voor de bussen te verkleinen en naar achteren te schuiven. De parking aan de Tramweglei is immeers uiterst geschikt voor het systeem van park & ride en kiss & ride.” In november 1999 lezen we dan in de pers dat het eindelijk zo ver is. Er zou werk worden gemaakt van de herwaardering en heraanleg van de stationsbuurt. Het stadsbestuur trekt namelijk 5.000.000 fr. uit op de begroting 2000 en voor 2001 plant het zelfs 10.000.000 fr.

In de gemeenteraad van januari 2000 wordt dan een ontwerper aangesteld voor het opmaken van een beperkte studie en BPA voor zo’n 50.000 euro. In diezelfde maand kunnen we in de pers weer lezen dat het Leopoldplein een facelift krijgt. Want de stationsomgeving staat bovenaan op het lijstje van de in het ruimtelijk structuurplan opgesomde inbreidingsprojecten. Volgens schepen Van den Bogaert heeft het project twee facetten: de herinrichting van het Leopoldplein en het doortrekken van de Tramweglei in de richting van de Bosstraat en de Ring. Ook in februari 2000 kunnen we ongeveer hetzelfde verhaal lezen in de pers.

In september 2001 lezen we in de lokale pers dat CVP-schepen Guido van den Bogaert van mening is dat de stationsbuurt een verbetering verdient te meer omdat de grote dakbedekking voor de autobussen van De Lijn een enorme doorn is in het oog van de buurt en van de passanten. “We hebben via het ruimtelijk structuurplan een bepaalde visie en daarin wordt voor de stationsbuurt een bijzonder plan van aanleg ontwikkeld”.

In december 2003 tenslotte vindt het stadsbestuur een nieuwe zondebok. Toenmalig VLD-schepen Christel Van den Plas legt de verantwoordelijkheid voor de vertraging van de al zo lang beloofde heraanleg volledig ten laste van de NMBS. Volgens de bevoegde minister ligt de schuld echter volledig bij het Lierse stadsbestuur. Al in april 2002 nam de NMBS – na lange tijd niets meer vernomen te hebben van de stedebouwkundige studie – zelf contact met het stadsbestuur van Lier om het project te reactiveren. Tijdens een bespreking tussen de verschillende betrokkenen, beloofde het stadsbestuur het reeds eerder aangesteld studiebureau te belasten met de verdere uitwerking van de studie. Steeds volgens de minister meldde het Lierse stadsbestuur, nadat de NMBS hen hieraan herinnerde, dat deze bijkomende studieopdracht tot dan toe niet werd geagendeerd op het College, maar dat er werk van gemaakt zou worden. Sedertdien heeft de NMBS niets meer vernomen. Volgens de minister voorzag de NMBS in 2001 en 2002 zelfs kredieten voor de heraanleg van het Leopoldplein. Door het uitblijven van enige Lierse reactie worden deze kredieten voorlopig niet meer voorzien.

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...